Logo rijnpost.nl


Foto: Martin Brink
Colum

Een klas vol ouders

  Column

Heeft u de eerste aflevering(en) ook gezien van een Klas vol ouders? De opnames vonden plaats op Het Baken en de ouders hadden zelf ook schoolgaande kids op Het Baken. De gemiddelde leeftijd van de groep was 36 jaar. Hoewel ik geen van mijn plaatsgenoten herkende, voelde ik toch wel enige verwantschap.
Leuk vond ik het ook om te zien hoe je in bepaald gedrag het jongetje of meisje van vroeger terug zag.

En dan heb je natuurlijk de juf. Iemand in een rol en functie waar je, zelfs als je volwassen bent, toch ontzag voor hebt. Tenminste, ik zou dat wel hebben. Ik denk dat ze een hele goede is, maar toch maakt ze dezelfde fouten als heel veel (goede) leerkrachten doen.
Wie last heeft van faalangst heeft het misschien ook opgemerkt.

Vóórdat de klas met de instaptoets begon, bouwde de juf de spanning nog even extra op. Mimiek en lichaamstaal, vooral haar blik en door wat ze zei:' Deze toets is héél belangrijk, want het laat zien hoe ver je bent en wat je kunt.' Met andere woorden: maak jij deze toets dus slecht, dan heb je daarna altijd 1-0 achterstand. Dáág zelfvertrouwen!

'Waarom niet eerst kijken naar wat je góed hebt gedaan, zodat je zelfvertrouwen weer een boost krijgt'

Vervolgens toen de toets was nagekeken en werd teruggegeven aan de ouders, maakte de juf opnieuw een fout: "Kijk vooral naar wat je fout hebt gedaan, dan weet je waar je nog harder je best voor moet doen."

Ja dat is zeker heel logisch, maar waarom niet eerst kijken naar wat je góed hebt gedaan, zodat je zelfvertrouwen weer een boost krijgt. Dan ga je veel zelfverzekerder aan de slag met dát waar je inderdaad wat minder goed in bent. En wat als een kind al ergens zo z'n best voor heeft gedaan?

Ik begrijp wel dat de juf zich op deze manier uitdrukt, want dat zijn we zo gewend. Het is ook geen opzet om de ouders of kinderen negatief te benaderen en (nog meer) onzeker te maken. Maar het zou voor kinderen die al onzeker zijn, weinig zelfvertrouwen of faalangst hebben écht een stuk schelen als de leerkrachten leren 'om te denken'.

Probeer daarom ook het woord 'niet' eens te vermijden. De vraag wordt vaak gesteld: 'Wie heeft zijn gymspullen niet bij zich?'. Je kunt ook vragen: "Wie hebben er allemaal aan hun gymtas gedacht?' "Wie snapt dit nog niet?" Geen kind die z'n vinger durft op te steken. "Voor welke kinderen (meervoud) is dit nog moeilijk?" En de vingers gaan omhoog.

Het zijn kleine woordjes die het hem doen, maar die voor veel kinderen (en volwassenen) een wereld van verschil kunnen maken! Ergens 'minder goed in zijn', is iets anders dan iets 'niet kunnen'.

Reageren? Uitsluitend via redactie.rp@persgroep.nl

Meer berichten

Shopbox