Foto:

Column Henk Jansen: Spanningzoeker

  Column

Had ik maar in de tijd van de minstreels of van rondtrekkende troubadours geleefd. Dan had ik met een schoon lied, mezelf begeleidend op een luit, een schone, of zoals we dat heden te dage zeggen een mooie en aantrekkelijke vrouw, het hof te kunnen maken. Haar te complimenteren met haar fraaie verschijning. Maar de tijd is anders. Veel anders geworden. 

Uit persoonlijke ervaring weet ik dat er tegenwoordig heel wat voor nodig is om een leuk en mooi uitziende vrouw te benaderen. Een vrouw zo mooi als een bliksem bij heldere hemel, zoals Horatius eens schreef. Er kwam een moment in mijn leven dat ik leerde het paradoxale aan te durven. Steeds opnieuw het eigenlijk onmogelijke ondernemen, maar leerde echter al snel wat het is om een blauwtje te lopen, of zoals dat nu heet ‘plat op je... te gaan!’ Die ervaringen heb ik. Die zijn inmiddels niet meer op de vingers van twee handen te tellen. Zoals een keer toen ik een vrouw enkel en alleen maar de vraag stelde of ze haar mooie heldere kijkers bij Bol.com besteld had. Maar ervoer vervolgens dat mooie ogen ook kwaad en beledigd kunnen kijken. Met andere woorden, ze kon mijn vraag niet echt waarderen, en dat mag een eufemisme worden genoemd. Ik had met mijn opmerking echt geen kwaad, of een andere bedoeling, in de zin. Mijn virtus (moed) zonk me in de schoenen. Ik nam me voor voortaan maar niet zo direct en uitgesproken een vrouw aan te spreken. Ondanks dat ik een vrouw alleen maar een compliment over haar totale verschijning wilde maken.

Een tijdje geleden kreeg ik van mijn vrouw de opdracht om een spanningzoeker bij een doe-het-zelf markt te kopen. Er was iets mis met onze stroomvoorziening. Bepaalde zaken moesten doorgemeten worden. Dus op weg naar een doe-het-zelf zaak. Maar vindt maar eens in een doe-het-zelf zaak met een gigantisch aanbod, verdeeld over meer dan tien loopgangen, direct een spanningzoeker. Dus stapte ik richting de servicebalie. Nog voordat ik mijn wens kenbaar wilde maken, slikte ik mijn woorden nagenoeg in. Achter de balie keek ik andermaal in twee prachtige vrouwenogen. Stamelend zei ik dat ik een spanningzoeker zocht. De medewerkster was zo vriendelijk mij niet alleen het pad te wijzen, maar ook nog eens op het aanbod van het grote assortiment aan spanningzoekers. Ik ging naar huis met een goede spanningzoeker. En van innerlijke spanning had ik geen last meer. En ik beloofde mezelf, ondanks tal van miskleunen, dat ik hartstochten moet blijven houden, zoals Descartes destijds opmerkte. En wat een minstreel of een troubadour betreft denk ik dat Romeo in deze tijd van mondkapjes ook geen schijn van kans had gemaakt bij Julia. Die had vanuit haar hoog slaapkamerraam wellicht een emmer met water over zijn hoofd gegooid.

Reageren: jansenh@ziggo.nl

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden