Karel van der Weijden duikt graag in de geschiedenis van Veenendaal. Vooral over de vliegtuigcrashes weet hij veel. Hij was getuige van het neerkomen van de Junkers-52 op 10 mei 1940. (Foto: Martin Brink/Rijnpost)
Karel van der Weijden duikt graag in de geschiedenis van Veenendaal. Vooral over de vliegtuigcrashes weet hij veel. Hij was getuige van het neerkomen van de Junkers-52 op 10 mei 1940. (Foto: Martin Brink/Rijnpost) (Foto: )

Over de Junkers-52 aan de Slaperdijk in Veenendaal: 'Toestel leek recht op ons af te komen…'

Door Martin Brink

Veenendaal - '’Misschien is het wel vervelend maar ik vergeet zo weinig. Dat merk ik naarmate ik ouder word. Maar als er iets niet goed is, dan trek ik meteen aan de bel.’’ Ergens in het gesprek laat de nu 89-jarige Karel van der Weijden zich dat ontvallen. Hij reageert op het verhaal dat onlangs in deze krant verscheen met als foto een dame die poseert op de vleugel van een neergeschoten Junkers-52, net over de Slaperdijk, op gebied van de toenmalige gemeente Amerongen.

Dat verhaal meldt de tijdelijke expositie in het Stadsmuseum Rhenen waarin de vijftig mooiste of meest bijzondere foto’s van de Tweede Wereldoorlog in de provincie Utrecht tot eind september zien te zien. Op deze reizende tentoonstelling hangt ook de foto van de dame die ‘bevallig’ poseert op de vleugel van het toestel.
In de krant werd gesteld dat de Junkers-52 op 11 mei zou zijn neergekomen. ´´Nee hoor, het is vrijdag 10 mei 1940 geweest,´´ corrigeert Van der Weijden. De Veenendaler werd geboren in Arnhem en verhuisde in 1933 naar het dorp waar vader werk vond op de Ritmeester. Karel van der Weijden zou daar ook zijn werkzame leven volmaken. In 1940 woonde hij aan de Dijkstraat en zag hij het toestel neerkomen.

Dijkstraat langer

‘’De Dijkstraat was toen veel langer. Waar wij woonden heet het nu de Slotemaker de Bruïnestraat. We stonden buiten, ook de buren. Het was ’s morgens zeven uur. We zagen het toestel de Amerongse berg overkomen. Hij cirkelde al heel laag bij het Egelmeer, was al aangeschoten blijkbaar. Het kwam over ons heen en leek even later recht op ons af te komen. Vanaf de grond werd hij beschoten met luchtafweergeschut. Dat kon je goed zien omdat één op de 15 granaten lichtmunitie was.''
''De linkervleugel vloog in brand. Hij stortte neer en even later was er zwarte rook te zien. Natuurlijk wilde je als jonge jongen er snel naar toe maar je kwam de Slaperdijk niet op. Alles was door de soldaten direct afgesloten.’’ De Junkers (officieel Junkers Ju 52/3m) kwam neer met de staart richting spoorlijn. Hij lag evenwijdig aan de dijk tegen de wal aan. De voorste motor was losgekomen van het toestel en lag iets verderop. In die tijd was dit gebied nog vooral hei, zand en wat pollen. Toen onbegaanbaar, nu ligt hier een wandelpad. Het waren helemaal spannende dagen waarin veel gebeurde. Op die eerste oorlogsdag moesten Veenendalers evacueren, weg uit het frontgebied en overhaast vertrekken naar Elst waar vieze kolenschuiten klaar lagen om richting Rotterdam te varen.

Wachten op sein

‘’Om tien uur, half elf stonden we nog te wachten op het sein om te vertrekken. Tot dat dokter Kets langskwam om de vrouw van buurman Teus van de Weerd op te halen. Zij was chronisch ziek. Toen hij ons zag, zei hij: wat doen jullie hier nog? Buurman Willemsen was blokhoofd van de Luchtbeschermingsdienst. Via hem wachtten we op de leider die een seintje zou geven. De hele Dijkstraat was er nog. ‘Ik zou hier maar heel snel wegwezen!’, zei Kets. Met een aantal gezinnen zijn we toen de berg opgegaan. Bij het Koetshuis haalden we bijna de laatste groep in, die van de Patrimoniumlaan en omgeving. Dat ging heel langzaam. Het was meer: twee passen vooruit, een achteruit. Er was behoorlijk veel oponthoud.’’ De schepen in Elst waren al weg. Pas de volgende ochtend (´´Ik heb nog in een greppel geslapen’’) kwamen er nieuwe schuiten die de vluchtelingen naar Ammerstol brachten.

Veldgeschut

Vandaar ging het gezin naar Bergambacht waar het onderdak vond bij de familie Pons, een wat oudere boer met een eigen kaasmakerij. De vrijdag erop keerden ze met de eerste boot terug. Bij Elst kon men meerijden in de auto van een winkelier van de Savornin Lohmanstraat.
Jaren later ging Van der Weijden met een gezelschap nog zoeken naar de oude opvangadressen. Zelf vond hij de boerderij niet meer. Op die plek stond een nieuwe woning.
Terug in Veenendaal ging van der Weijden meteen naar het wrak. Ter hoogte van het Kamp aan de Dijkstraat stond veldgeschut, gericht op Renswoude. Die had wel geschoten, je zag de hulzen liggen.’’ Verschillende malen is hij er geweest. ’’Dat wrak heeft er echt maanden gelegen en je zag het steeds kleiner worden. Ik heb er zelfs ingezeten. Ik heb mij laten vertellen dat jongens van de Talmastraat de mitrailleur hebben meegenomen. Die was al zo ingedeukt dat die wel bij het oud ijzer terecht zal zijn gekomen. Veel later werd in het bos in de omgeving zelfs nog een stoel uit het wrak gevonden.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden