Foto: Martin Brink

Column door Willem de Vos, rector CLV: 'Kamperen'

''In de eerste vakanties die ik mij herinner, deden we aan vakantie-woningruil. Waarschijnlijk via een advertentie in de krant. Twee weken wonen in een ander huis was best spannend. Ik zal nooit vergeten dat we in 1969 de eerste landing op de maan live konden zien, omdat we vakantie vierden in een huis met televisie, in Zonnemaire in Zeeland. Die hadden we thuis niet. Hoe die mensen die in ons huis zaten dat gedaan hebben, ik heb geen idee, maar wat hebben wij genoten van dat unieke moment. Ik weet ook nog dat we een jaar later in Lisse zouden vieren dat mijn oudste broer eindelijk geslaagd was voor de HBS. Die middag sprong hij van een luchtbed af de zee in, bovenop een kwal. Voor mij was het de eerste keer dat we uit eten gingen, maar de geslaagde zelf kon er door de brandende plekken niet van genieten. Daarna kocht mijn vader in Winterswijk een bungalowtent, eentje met een wit dak van vinyl.
Daarmee trokken we naar Italië, meegetroond door zijn oudere broer en een zwager aan mijn moeders kant. Ik heb er fantastische herinneringen aan, kamperen bij een meer, samen pizza eten in plaats van piepers, drie gezinnen vlak bij elkaar. Een steekvlam uit het nieuwe gasstel vaagde het horrengaas erachter in een keer weg. Mijn oudere broer verzette zonder rijbewijs de auto van pa, reed over een scheerlijn en trok een hoek van de tent los. En toch zette mijn vader tegen het einde van de vakantie de tent te koop (als ik me niet vergis voor 450.000 Lire) en verkocht hem met winst. Later kocht hij een shelter met voortent. We zaten op een avond in de tent in Duitsland, met mijn jongere zus, het regende pijpenstelen. ’Daar zit je nou in je tentje’ zei mijn vader tactisch en mijn moeder begon onbedaarlijk te huilen. En toch is de liefde voor kamperen nooit gedoofd. Sterker nog, die is alleen maar opgevlamd, sinds we lang geleden van vrienden een De Waard-circustent overnamen, die ook dit jaar nog door een van onze kinderen wordt gebruikt. Het heeft natuurlijk iets dwaas’ om laag bij de grond te gaan wonen op onbekend terrein en de luxe van thuis in te ruilen voor muggen, nieuwe buren en het risico op regen en storm. Maar daar staat tegenover dat we tijdelijk wonen met uitzicht op wijnvelden, een kanaal, bergen, zonnebloemen- of lavendelvelden. Met om de hoek een dorpje waar we ons stokbroodje kunnen halen.
En we zitten tot laat buiten om de zon te zien ondergaan. Als het weer ons niet bevalt of we de omgeving wel gezien hebben, pakken we de tent met toebehoren in en zijn na anderhalf uur weer op weg. Naar weer een nieuw uitzicht, andere mensen en een andere omgeving. En het is besmettelijk, want al onze kinderen blijken geïnfecteerd. Daar helpt geen mondmasker tegen.''

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden