Kunstenaar Hans Broek haalde zijn herinneringen op aan Allard. (Foto's: Martin Brink/Rijnpost)
Kunstenaar Hans Broek haalde zijn herinneringen op aan Allard. (Foto's: Martin Brink/Rijnpost)

Hollandia Wol- en Kousenfabriek in Veenendaal was ook broedplaats kunst

Door Martin Brink

Veenendaal - Vrijdag waren ze bijna allemaal bijeen in de Cultuurfabriek: de beginnende kunstenaars van toen en waarvan de meesten nu (internationale) roem hebben vergaard. Ze kwamen om hun vorig jaar in Rotterdam overleden vriend Allard Budding te eren. ''Het is een metafoor. Hij is hier nadrukkelijk aanwezig maar tegelijkertijd is hij de grote afwezige,'' vertelde Henk Johannes van den Heuvel, die tegelijk zijn boek met herinneringen aan Allard presenteerde.

Veenendaal - En herinneringen waren er in ruime mate in de Cultuurfabriek, de plek waar het tussen 1984 en 1987 een broedplaats was van kunstenaars. De voormalige Hollandia Wol- en Kousenfabriek leende er zich uitstekend voor.
De fabriek stond voor een groot deel leeg en de kunstenaars kregen van de gemeente toestemming om zich hier uit te leven. Tijdens de bijeenkomst werden verschillende voorbeelden aangehaald. Dat alles in een setting van kunstwerken van Allard: één van de eerste die hij maakte in Veenendaal en ook zijn laatste werk in Rotterdam vervaardigd. Ze ademen doorgaans een rijkheid aan kleuren uit, die vaak nog in een bepaalde abstraherende en absurdistische setting zijn gemaakt.
Hij zocht ontregeling maar ook is er humor in zijn speelse en frisse werk te herkennen.

Geen voorstudies

Ze zijn direct op het doek gezet want aan voorstudies, daar deed Allard niet aan. Het moest in één keer goed zijn, of anders niet. Anders was de magie weg. En aan theorie had hij helemaal een broertje dood. Hij was de man van de praktijk. Veel van zijn werk is verloren gegaan, onder meer door lekkage in zijn atelier. Veel is ook verkocht en niet traceerbaar. Na zijn Veenendaalse periode verhuisde hij in 1986 naar Ateliers '63 in Haarlem en werd al snel als aanstormend jong talent gezien. In 1992 ontving hij de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst uit handen van koningin Beatrix.
De in 1963 aan de Dr Colijnstraat geboren Allard Budding liet zich in zijn beginperiode ook graag beïnvloeden door het Dadaïsme. Cultuurwethouder Dylan Lochtenberg verbaasde zich over alles. Het was allemaal voor zijn tijd. Ook over de broedplaats die Veenendaal in de tweede helft van de jaren tachtig rijk was.

Kleurrijk leven

Na de officiële opening werd het kleurrijke leven, ook al in Veenendaal, van Allard aangehaald. Wandelend langs de panelen (met dank voor de genereuze financiële ondersteuning van de gemeente Veenendaal om dit mogelijk te maken!) met daarop talrijke bijzondere foto's over het werken in de oude fabriek en krantenartikelen over onder meer het Bovenwijks Jongeren Centrum Akropolis en het Filmhuis dat hier was te vinden, kwamen de verhalen over hem los.
Die gingen over zijn leven, de op en neer gaande bron van inkomsten, zijn depressiviteit, dankgebruik en medicijnen: het zorgde er voor dat Allard geen doorsnee leven had. Het zou uiteindelijk tot zijn dood leiden.
Vriend Henk Johannes van den Heuvel vertelde daarover en vroeg meteen aandacht om de begrippen 'depressiviteit' en 'zelfmoord' beter bespreekbaar te maken. Dat 'anders zijn' begon al in de vroege jeugd van Allard. Hij ontpopte zich als kunstenaar, aparte dingen maken. Vaak met poppetjes in die begintijd. ''Ik verdenk hem ervan dat hij regelmatig poppen van mij gebruikte,'' herinnerde zus Annelien zich.
''In alledaagse dingen zag Allard iets kunstzinnigs. Hij struinde winkels of om allerlei kleine goederen in te slaan om daar nog iets mee te doen.''

Kunstenaar: dat wilde hij worden. Allard had een goed stel hersens, deed nota bene 6VWO op het CLV. Maar hij was wars van geijkte paden. Het zou zijn leven tekenen. Toen hij op het CLV voor een examencommissie moest verschijnen plakte hij een pleister op zijn mond en kon zo niets zeggen. De commissie zat er mee. Wat nu? Voor originaliteit kreeg hij een 10, voor de beantwoording een 3, zodat het toch naar een 7 kon worden afgerond. Vervolgens ging Allard naar de kunstacademie in Utrecht waar hij maar kort op zat.

'Gedicht op pijp Hollandia'

Tot eind dit jaar is het werk van Allard en de 'kunstenaarsbeweging in de Hollandia Wol- en Kousenfabriek' te zien op de begane grond van de Cultuurfabriek aan het Kees Stipplein.
Het is echt een stuk recente, maar nu al vergeten, Veenendaalse historie.

Vriend Henk Johannes van den Heuvel had nog wel een hartenwens. Een wens met een knipoog naar de commissie Gedichten op Muren in Veenendaal. Van den Heuvel werkte ook in de kunstscéne in de oude Hollandia-fabriek. 'We beklommen eens de oude pijp, helemaal naar boven. Wat weinig mensen weten is dat Allard ook gedichten maakte.
Hij maakte een gedicht over de oude industrie van Veenendaal. Het zou mooi zijn wanneer een deel van dat gedicht op de pijp hier in de binnentuin gezet kan worden.''

Verklaring

Hoe komt dat toch, die broedplaats van kunst? Iets dergelijks is er nooit meer gekomen in Veenendaal. Medeorganisator Hans Huitinck heeft er wel een verklaring voor. ''In die jaren waren maar liefst tien Veenendalers die de academies in Utrechts en Arnhem hadden gevolgd of volgden. Dat heeft er denk ik mee te maken dat er zo veel kunstaandacht was.''

Meer berichten