Aaltje van Laar-Jansen (91) wijst naar een van de compartimenten van de miniatuur-tram waarin ze vaak de rit naar Wageningen maakte. De tram staat in een huiskamer-setting in woonzorgcentrum De Tollekamp aan de Nieuwe Veenendaalseweg.  (Foto: Henk Jansen)
Aaltje van Laar-Jansen (91) wijst naar een van de compartimenten van de miniatuur-tram waarin ze vaak de rit naar Wageningen maakte. De tram staat in een huiskamer-setting in woonzorgcentrum De Tollekamp aan de Nieuwe Veenendaalseweg. (Foto: Henk Jansen) (Foto: Henk Jansen)

Herinneringen aan de tram in Rhenen: 'Voor een ritje betaalde ik 10 cent'

Rhenen - Toen bewoners van De Tollekamp, het verzorgingstehuis aan de Nieuwe Veenendaalseweg in Rhenen, werd gevraagd een naam te bedenken voor het te openen restaurant werden enkele suggesties gedaan door de bewoners. Aaltje van Laar-Jansen (91) bedacht de naam 'De remise'. Het sfeervolle restaurant draagt nu die naam. En dat komt allemaal door de replica van de oude tram die via het museum in Veenendaal in Rhenen terecht is gekomen.

Aaltje is al twintig jaar woonachtig in De Tollekamp. Ze woonde een aantal jaren nabij de remise in Rhenen, daar waar het rangeerterrein van de tram gelegen was en later als plek diende voor de NBM-bussen. ''Ik woonde met man en vier kinderen in een van de twaalf arbeiderswoningen die aan de Vogelenzang stonden. Vanuit het hoekhuis keken we op de steenfabriek'', weet Aaltje.

Tram

Op de lijn Zeist-Rhenen reed volgens de geboren Rhenense, vanaf 1927 een elektrische tram. ''Deze verving de oude stoomtram, die, zoals ik me heb laten vertellen, meer dan dertig dienst had gedaan. Achter onze woning lag het rangeerterrein van de tram. Altijd was er een drukte van jewelste. Van vertrekkende aan aankomende trams. Onze jongens hebben wat afgespeeld op het rangeerterrein. Dat werd oogluikend toegestaan.

Een ritje met de tram. Dat was een bijzondere belevenis. Op weg naar Wageningen bijvoorbeeld. 'Onderlangs' daar waar Jan Goddeloos, zo werd hij genoemd, zijn tweedehandshandel had. Ik weet nog dat ik voor een tochtje naar Wageningen tien centen betaalde. Een keer ging de tocht naar Zeist. Hoeveel ik toen betaalde weet ik niet meer. Wat ik me wel herinner is dat de rit erg lang duurde.''

''Nee, geld om vaker met de tram te reizen was er niet. Het was hard werken om 's avonds een pot eten op tafel te brengen. Dat is me altijd wel gelukt. Onze kinderen hebben het nooit aan iets ontbroken. Daar zorgde mijn man wel voor. Hij kon goed handelen. Woonachtig in de nabijheid van het Grebbebos profiteerden we van de jaarlijkse motorcross. Er werden bij ons tegen een vergoeding de lederen jassen in bewaring gegeven. Daarnaast had mijn man het beheer van tal van fietsenstallingen in Rhenen. Zelf kom ik uit een gezin met vier zussen. Ik groeide op in een rood gezin, de socialisten. Zom werd ik lid van zangvereniging 'De Roodborstjes'. Zingen is jarenlang mijn grootste passie geweest. Ik was bij Eben Haëzer en 'Kunst na Arbeid' en ook maakte ik deel uit van het Tollekamp-koor. Nee, zingen op mijn leeftijd gaat niet meer'', zegt Aaltje.

Pennenvruchten

De Rhenense, die naar de 'School met de Bijbel' aan de Achterbergsestraatweg ging, heeft haar leven lang gedichten en verhalen geschreven. Haar zoon Roelof van Laar zegt daarover: ''Ze schreef mooie gedichten en bijzondere verhalen. De bekende Adriaan de Kleuver was vol bewondering over wat ze allemaal schreef, maar tot een uitgave van een boek is het nooit gekomen.'' De 91-jarige Aaltje declameert in duidelijke bewoordingen een gedicht over de Cunerakerk. Ze glundert als ze de laatste zin heeft uitgesproken. Aaltje van Laar-Jansen maakte maar liefst zeventien jaar deel uit van de Cliëntenraad van de Tollekamp. In het restaurant van De Tollekamp, dat ook als recreatieruimte dient, vertoeft Aaltje graag, al was het al alleen maar om de miniatuur van de elektrische tram te bekijken en er mooie herinneringen aan vroeger op te halen.

Veenendaal

Het is een nauwkeurig op schaal gemaakte replica van de elektrische tram, die destijds vanuit de remise aan de Rhenense Kuilweg vertrok en aankwam. De kunstig gemaakte miniatuur staat sinds enkele jaren in woonzorgcentrum De Tollekamp, met erboven een grote foto die de route van de tram aangeeft in en om de stad. Het is een mooi object om er verhalen bij te vertellen. Hoe komt die tram daar terecht en wie heeft 'm gemaakt? Dat verhaal ligt besloten in Renkum en Veenendaal. In 2012 maakte de Veenendaalse journalist Martin Brink, verbonden aan onder meer de toenmalige krant De Veluwepost, een verhaal over tramliefhebber Mart Vlaanderen uit Renkum.

Die deed veel onderzoek naar trammaterieel en diepte allerlei wetenswaardigheden op over het tramtraject tussen Rhenen en Arnhem. In januari 2012 maakte hij samen met Toon Steenmeijer in eigen beheer een publicatie hierover. Hierin werd niet alleen de geschiedenis van het materieel en de route van de voormalige tramlijn beschreven, maar bevatte ook een opsomming van details. De onbevangen leek kreeg ook reisje met de tram voorgeschoteld en werd uitgenodigd om soms uit te stappen om onderweg iets bijzonders nader te bekijken. Bijvoorbeeld een belangrijke kerk of een bijzondere boom. Tijdens het interview kwamen ook de miniaturen ter sprake die Vlaanderen van de tram had gemaakt, beide op schaal en zo natuurgetrouw weergegeven. Hij wist niet precies wat hij daarmee aan moet. Brink wist het wel. Hij gaf als tip mee om het naar een museum te brengen, in dit geval naar Museum Veenendaal waar Brink ook aan verbonden was. De conservator en collectiebeheerder aldaar namen het ontvangst. Al snel kwam men er achter dat de tram beter in Rhenen geëxposeerd kon worden.

In Veenendaal heeft immers nooit een tram gereden, in de Grebbestad wel.

En dus werd hij in november 2012 overgeheveld naar streekmuseum Het Rondeel.

Meer berichten

Shopbox