Logo rijnpost.nl


De Lampegietersoptocht is al decennialang niet veranderd. Dit is een kleurendia uit 1972 genomen aan de dr Colijnstraat in Veenendaal-zuid waar de start van de optocht bij buurthuis De Geut was. (Beeldarchief: Martin Brink)
De Lampegietersoptocht is al decennialang niet veranderd. Dit is een kleurendia uit 1972 genomen aan de dr Colijnstraat in Veenendaal-zuid waar de start van de optocht bij buurthuis De Geut was. (Beeldarchief: Martin Brink)

Lampegiet: traditie van honderd jaar

Veenendaal - Lampegiet. Het feest dat op de maandag het dichtst bij de 17e september wordt gehouden en vooral in Veenendaal vaste voet aan de grond heeft gekregen. Komende maandagavond vindt dit kinderfeest weer plaats. In optocht lopen zij door de straten, uitgedost en voorzien van een lampion. Een feest dat de overgang van de zomer naar de herfst moet symboliseren en Germaanse invloeden zou kennen. Ook gaat het verhaal dat thuiswerkende wevers hun olielamp ontstaken. Maar is dat ook zo? Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de Lampegietviering in de huidige vorm pas in de jaren twintig is ontstaan. Een feest van amper honderd jaar oud dus.

Eeuwenoud?

Een echte traditie, zo is de Lampegietviering altijd voorgespiegeld, eeuwenoud maar niemand kent de juiste oorsprong. En toegegeven, geen mens waagt zich meer aan een hypothese. De Veenendaalse schoenmaker en historieschrijver Adriaan P. de Kleuver deed dat nog wel. Hij zag in het feest Germaanse invloeden, de datum 17 september en het arbeidselement van de nu verdwenen textielindustrie tijdens het pre-elektrische tijdperk. Lampegiet is wel een traditie, want zo blijven we het noemen, die overigens wel aan verandering onderhevig is. Warme chocolademelk met kaneelbeschuit wordt nog steeds na de optocht genuttigd en voor kinderen is het een belevenis om met hun lampion door de straten te trekken. Van een jurering door een aantal plaatselijke historiedragers is geen sprake meer. Ook uitgeholde kalebassen zien we niet meer. Om maar niet te spreken van de plaatselijke slagers die hun fel verlichte etalages inrichtten met (spek)kunstwerken en de vleeshaken vol hingen met grote lappen vlees. We zijn klaar voor de donkere en koude dagen, huismoeders. Dát wilden ze er mee zeggen.

Na 1840 ontstaan

Maar hoe is het feest toch ontstaan? Wie daarover in de moderne tijd iets meldt is oud-gemeentesecretaris Dick van Manen. In zijn nu vergeten boek 'Aanzienlijk vlek in 't Stichtse' (2001), waarin hij een kroniek geeft van Veenendaal vanaf de oude tijd tot aan 1840, komt hij tot het volgende: ''In alle archieven wordt geen enkele maal het woord lampegiet of iets wat er op lijkt, aangetroffen. Ervan uitgaande dat een dergelijk kinderfeest in oude tijden zeker zou hebben geleid tot omvangrijke zwelg- en vechtpartijen onder ouderen werd bij het bestuderen van de bronnen daar op gelet. Dit heeft maar één feit opgeleverd: een stel kerels die op maandag 16 september 1737, 's nachts om 12 uur, van 6 huizen de ruiten hebben ingegooid.

Geen bewijs

Een zodanige vermelding kan niet als bewijs voor het eeuwenoude bestaan van een Lampegietersavond worden aangemerkt, eerder het tegendeel. Ik besluit met de bewering, dat Lampegietersavond in Veenendaal waarschijnlijk niet eeuwen oud is maar in het leven is geroepen na 1840.'' Laat niet onverlet dat er toch 'iets' geweest moet zijn. In 1955 verklaarde de 97-jarige Jan Middelhoven van de Valleistraat dat hij het feest nog kende uit zijn jeugd. En 80-plusser Barend Wesselo, de laatste die de kunst machtig was van het uithollen van een pompoen en dat voor de draaiende camera ook demonstreerde, verklaarde in de jaren tachtig dat hij in zijn jeugd met ''staketsels en brandende lisdodden met leeftijdgenoten in optocht door Veenendaal liep''.

Delpher

Dankzij de zoeksite Delpher zijn steeds meer oude kranten digitaal raadpleegbaar. Gewoon vanuit je stoel. Op die manier duiken nieuwe feiten op. Wie gaat zoeken op lampegiet, komt al snel op Dirk Jan van der Ven (Amsterdam 1891-Lunteren 1973) tegen. Waar hebben we die naam meer gehoord? Folklorist Van der Ven was met zijn vrouw Elise Van der Ven-ten Bensel voorvechter van tradities. Die lieden liggen tegenwoordig zwaar onder vuur (denk maar aan de discussie rond Zwarte Piet) maar in zijn tijd kon hij een oude traditie, zo vond hij, een nieuw en zeer waarschijnlijk aangedikt leven inblazen.

Begin jaren twintig van de vorige eeuw maakte hij films over Nederland en startte hij met zijn vrouw een instituut voor Nederlandse volksdansen in Oosterbeek. Na de oorlog, waarin ze een discutabele rol speelden, verhuist het paar naar Lunteren. Van der Ven was mede-initiatiefnemer van het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem en diep teleurgesteld dat hij hiervan geen directeur mocht worden. Ondertussen trok hij het land in om gebruiken nieuw leven in te blazen. Waar hij verscheen spoten in het interbellum de tradities uit de grond. Over lampegiet vertelde hij in 1934: ''het is een ambachtsfeest op de avond van St. Lambertus'', verwijzend naar de katholieke oorsprong. St. Lambertus is de patroonheilige van de textielarbeiders.

Maar op 15 september 1924 stelt hij in tegenspraak daarop in dagblad Gooi- en Eemlander: ''Sedert een paar jaar is door de bemoeienissen van de winkeliersvereniging (sinds 1923 bestaand, MB) het gebruik weer midden in de dorpsbelangstelling gekomen''.

In Veenendaal

Vermoedelijk had Van der Ven daar zelf een rol in. In 1924 was hij immers in Veenendaal. ''Nog herinner ik mij hoe ik op lampegietersavond, 15 september 1924, in de feestelijk drukke Hoofdstraat heb genoten van het wonderlijke schouwspel der honderden groene en rode, blauwe en gele lampions, die in wiegelende deining door trotse kleuters aan mij werden voorbij gedragen,'' vertelt hij over de opvoering die langs hem heen trok. Een mooi opgeleukte traditie dus. De kleuters, liedjes, de lampionnen, de uitgeholde en gesneden pompoen: het is brave, beschaafde folklore volgens het boekje van Van der Ven. Hij geeft verder geen bewijs voor een eeuwenoude traditie.

Alle oude krantenstukken komen weer terug bij Van der Ven en tot op de huidige dag worden diens hypotheses keurig opgelepeld. Conclusie: als het echt oude traditie is, is die in de jaren twintig nieuw leven ingeblazen en duchtig gereviseerd. Een traditie dus van bijna honderd jaar. Niettemin: ook best oud…

Reageer als eerste
Meer berichten