<p>Jopie Bruinsma (inzet) woonde bij haar tantes aan de Nieuweweg 177 in Veenendaal. Er gaan nu stemmen op om ook voor dit pand een infopaneel &#39;40/&#39;45 te plaatsen.</p>

Jopie Bruinsma (inzet) woonde bij haar tantes aan de Nieuweweg 177 in Veenendaal. Er gaan nu stemmen op om ook voor dit pand een infopaneel '40/'45 te plaatsen.

(Foto: Pieter Vane/ Inzet: coll. Wesselo-Bruinsma)

Aan de Nieuweweg in Veenendaal: pleidooi voor informatiebord voor de ‘herbergiersters van het verzet’

Veenendaal - Huize Middelwijck aan de Kerkewijk is inmiddels gemarkeerd met een informatiepaneel als centrum van het ongewapend verzet. Maar misschien moet Nieuweweg 177 ook aan de beurt komen. Daar gaven de drie ongetrouwde zussen Veldhuizen en hun kleine nichtje Jopie Bruinsma onderdak aan het gewapend verzet. Veel overvallen op distributiekantoren en sabotageacties werden daar voorbereid.

Door Constant van den Heuvel

Ook in Veenendaal was het verzet in de Tweede Wereldoorlog opgedeeld in diverse takken, zoals hulp aan onderduikers, spionage, koerierswerk en gewapende acties. In Veenendaal werd het ongewapend verzet (veelal onderduikwerk) opgezet vanuit de Gereformeerde Brugkerk. Op nationale schaal waren de Gereformeerden sowieso de trekkers van de Landelijke Ondergrondse (LO), waarbij zich mensen met andere overtuigingen aansloten. Gewapend verzet was meer een zaak van oud-militairen en communisten.

Renswoude

De bekendste gewapende groep hier was die van Dirk van der Voort (1901-1971), een communist uit Velp met schuilnamen als “ome Jan” en “Daan”. Vanuit Renswoude, waar hij was ondergedoken bij boer Sander Lagerweij, begon hij in mei 1943 met zijn verzetswerk. Hij kreeg contact met de oud-militairen Van Spronsen (“George”), Cent (“Jacques”) en Jo Imbos (‘Joko”). Ze vormden een gewapende groep, die een overval deed in Renswoude om distributiebonnen te krijgen voor onderduikers.
De groep groeide met de broers Ab (“Kappie”) en Adrie (“Ben”) Hommerson en de zeventienjarige Wim Westra Hoekzema (“Rooie Willem”). Uiteindelijk werden Jaap Budding en Dick Valkenburg (beiden uit de Gereformeerde Gemeente van ds. R. Kok) ook lid.

Bakker Van Hardeveld

In najaar ‘43 lag het werk stil, omdat Van der Voort werd gearresteerd, maar in februari 1944 werd hij door de groep bevrijd uit kamp Vught. Hij dook onder bij bakker Van Hardeveld op Nieuweweg 186 en daarna kon hij - schuin tegenover (op nummer 177) - een bovenkamertje huren bij de gezusters Veldhuizen. De dames Veldhuizen kwamen uit een groot gezin. Na het overlijden van ‘opoe’ waren zij overgebleven in het ouderlijk huis. Het kloppend hart was Jannetje (1902-1981), die Janna werd genoemd. Zij runde het huishouden en was min of meer “de baas”. De zussen Sien en Wim werkten op ‘De Mus’ (Hollandia Wol) en de Scheepjeswol.
Het vierde familielid was nichtje Jopie Bruinsma, die de Nieuwewegseschool bezocht. Jopie (29 september 1932) was een dochter een overleden zus. Of de dames rond april ’44 wisten wie ze binnenhaalden, is onduidelijk. Maar ze kwamen er snel achter. “Daan” floot of zong soms het communistische strijdlied “De Internationale”, wat bij de Julianakerk bezoekende zusters, niet zo goed viel.

‘Herberg’

Ook kreeg hij veelvuldig bezoek van de genoemde verzetsmannen (alsmede koerierster Loek Caspers) met wie uitgebreid werd overlegd in de voorkamer. Eind van het liedje was dat de zussen erin toestemden dat het huis een herberg voor het verzet zou zijn. Soms bleven verzetsmensen slapen. Gaandeweg kwamen ook leden van het ongewapend verzet langs, zoals Ad van Schuppen, Jaap Spruijt, Jaap Engelaan en Ab van ’t Riet. Ook kwam onderduiker Roelof Peters (van de Davidsstraat) inwonen. 

Achter het huis werd soms gesport, zoals discuswerpen

Het vrouwenhuis veranderde van karakter. Volgens mevrouw Wesselo-Bruinsma, zoals nicht Jopie nu heet, was het altijd gezellig. Er werd veel gepraat en ze mocht Daan bij de voornaam noemen. Achter het huis werd soms gesport, zoals discuswerpen. Ook aten de verzetsmensen vrolijk mee, wat betekende - communist of niet - dat er werd meegeluisterd als aan tafel uit de Bijbel gelezen werd. Minder leuk waren de rondslingerende pistolen.

Bijna mis

Een keertje ging het bijna mis. Janna Veldhuizen klopte, zoals afgesproken op de deur van de voorkamer, waar een club zat te vergaderen. Terwijl ze binnenkwam, ging per ongeluk een pistool af. Het kogelgat was nog jaren te zien…
Gelukkig was Janna niet bang uitgevallen. Ze wist wat ze deed en nam het risico voor lief. Daarbij was ze gewend om zelfstandig te werken. Ze was kok geweest op Prattenburg en had een dienstje gehad bij dokter Vergouwen. Vaak werd ze nog “Janna van dokter Vergouwen” genoemd.
De eerste acties mislukten, zoals de overval op een distributiekantoor bij Achterveld. Ook lukte het niet om een transport van distributiebonnen van Barneveld naar Scherpenzeel staande te houden. Wel succesvol waren aanslagen op de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Ook werd een trein voor troepentransport bij Veenendaal-de Klomp in brand gestoken.
Een overval van 28 juni 1944 op een distributiekantoor in Jutphaas leverde veel bonkaarten op. De gezusters Veldhuizen profiteerden daar ook van. Mevrouw Bruinsma herinnert zich geen honger gehad te hebben. Om niet op te vallen met zoveel bonkaarten kocht de familie bij diverse winkels.

Stencilmachine

In juli en augustus volgden overvallen op distributiekantoren in Vleuten en Wijk bij Duurstede. Acties, die waarschijnlijk waren voorbereid in het voorkamertje op de Nieuweweg. In die tijd werd Van der Voort benoemd als commandant van Gelderland en Utrecht, zodat hij meevergaderde in Delta-C, waaruit later de Binnenlandse Strijdkrachten ontstonden.
Ondertussen stond er in het schuurtje achter het huis een stencilmachine, waar illegale krantjes werden gedrukt. De kopij werd getypt door Evert de Kleuver op de Eenvoudlaan. Later nam Titi (of Tini), de zus van onderduiker Roelof Peters, het typewerk over. Nichtje Jopie (zo’n twaalf jaar oud) haalde de kopij op, verstopte die en bracht die bij Van der Voort.
De gestencilde blaadjes (op A5-formaat) bracht zij vervolgens rond. Onder meer een exemplaar bij dominee Van Wijngaarden en meerdere bij Van Doorn in de Savornin Lohmanstraat, die ze daarna weer verder verspreidde.

Inkwartiering

Aan het einde van de oorlog kregen de zusters Veldhuizen twee Duitsers ingekwartierd, terwijl het verzet er nog zat. Toch liep het goed af voor hen. Kort na de oorlog trouwden Sien en Roelof Peters. Jopie trouwde in 1957 bij tante Janna uit huis. Met Aris Wesselo kreeg ze drie kinderen.
Na het overlijden van zus Wim, bleef Janna alleen over. Van veel verzetsleden hoorde ze niets meer en onderscheiden werd ze ook niet. Op haar rouwkaart eerde Jopie in 1981 Janna als “een moeder en oma geweest zijnde tante…”

Dit artikel wil de zussen Veldhuizen en hun nichtje Jopie in herinnering roepen en hen danken voor hun dappere keuze om herberg te zijn van het gewapend verzet.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden