<p>Willem de Vos.</p>

Willem de Vos.

(Foto: )

Column door Willem de Vos, rector CLV Veenendaal: ‘Klaar maar nog niet af’

‘’Het nieuwe gebouw van het CLV is klaar. Op de plek waar de BAM in 1968 een voor die tijd modern en strak schoolgebouw opleverde, staat nu, ruim vijftig jaar later opnieuw een modern en strak schoolgebouw. Dat gebouw herbergt aan de noord- en de zuidkant nog een stuk oud betonskelet en oorspronkelijke fundering. Het leken na de sloop wel twee boekensteunen. De noordelijke is in de lengte gehalveerd en ontdaan van de twee bovenste verdiepingen. De zuidelijke mist de voorste tien meter en is met een hele verdieping gegroeid. En daar is een compleet nieuwe school tussen gebouwd. Van dat oude betonskelet vind je niets meer terug. Nou, bijna niets.
Op de eerste verdieping hebben we een van de bestaande kolommen met opzet niet glad laten stuken, maar in de oorspronkelijke staat gehouden. Hij is alleen mee geschilderd. Dat deden we om nog iets zichtbaar te houden van het verleden.
En het is een knipoog naar de Joodse traditie om in een synagoge of een woonhuis een stuk van een balk niet af te werken.

Als symbool van het feit dat alles onvolmaakt is, zeker na de rampzalige verwoesting van de tempel van Jeruzalem in het jaar 70 na Christus’ geboorte. Over het mozaïek in de nieuwe entree schreef ik al eerder. We gaan ook nog de oude letters ‘Christelijke Uloschool’ en ‘CHR. H.B.S.’ een mooie plek in het gebouw geven.
De architecten van NOAHH, met Loes in de hoofdrol, hebben een knappe prestatie geleverd. Want het was een klus om ons programma erin te krijgen, rekening houdend met een maximaal aantal vierkante meters en bestaande betonnen kolommen die niet aan de kant konden. Over smaak valt niet te twisten en natuurlijk zijn er mensen die zich afvragen of het wit van de gevels wit blijft. Het antwoord is ja. Het wit verwijst naar de oorspronkelijke kleuren van het oude gebouw, anthraciet hoort bij de verbinding van het oude en het nieuwe, de zandkleur en de bruin-bronzen panelen passen bij de gemiddelde kleur van de gebouwen aan de Kerkewijk.
De oude bomen zijn gelukkig allemaal heel gebleven en de voortuin wordt weer helemaal groen. Onderbroken door de kubus van Theo Dobbelman: ‘met de vier seizoenen’. Wie het gebouw binnenloopt weet niet wat hij ziet. Harmonische kleuren, een groot atrium waar de geluiden gedempt worden, twee grote trappen waarop gewerkt kan worden, lokalen met aangrenzende leerpleinen met zitjes en statafels. Kasten waaraan je staande kan werken. Veel licht, onder andere vanuit het noorden, door de zaagtanddaken.
Het gebouw is klaar maar nog niet af. Dat is het pas als het volop gebruikt wordt. Of als het, zoals architecte Loes zegt, ons als gebruikers past als een jas. Maar dat duurt nog even. Want de meeste leerlingen volgen de lessen voorlopig gedwongen thuis.
Ook dat past helaas bij de oude kolom die niet glad gestukt is.’’

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden