Opgave voor het buitengebied is onverminderd groot


Gerard van Santen
Gerard van Santen (Foto: O-gen)

Opgave voor het buitengebied is onverminderd groot

Veenendaal – Sinds de oprichting van gebiedscoöperatie O-gen in 2010, ontstonden er plannen en projecten die met samenwerkingspartners daadwerkelijk van de grond kwamen. O-gen werkte met een team van 13 mensen en een enorm netwerk aan projecten die bijdragen aan een krachtig en vitaal buitengebied. Ondanks dat de opgave voor het buitengebied onverminderd groot blijft, stopt gebiedscoöperatie O-gen haar activiteiten.

Gerard van Santen, directeur O-gen: “Ideeën voor het landelijk gebied konden in de coöperatie echt gerealiseerd worden, inclusief financieringsvormen. We realiseerden projecten in innovatieve teelt, circulaire economie, energietransitie en digitalisering van het buitengebied. Een mooi voorbeeld is de komst van glasvezel in het buitengebied.”

Unieke samenwerking

De coöperatie is actief in het gebied in de regio Noord-Veluwe, Amersfoort, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijnstreek en Foodvalley. Uniek aan de samenwerking binnen O-gen is dat meer dan 280 organisaties vertegenwoordigd zijn in de Gebiedsraad bestaande uit 19 leden en een onafhankelijk voorzitter. Zowel private als publieke belanghebbenden hebben gelijkwaardig zeggenschap. Boeren, overheden, bedrijven, waterschappen en natuurorganisaties zetten samen de schouders onder de ontwikkeling van het gebied. Van Santen: “Begrip en dialoog zorgden voor een cultuur waarin we samenwerking konden creëren en successen boeken.”

Uitdagingen door verschillen

Iedere betrokken partij had een bepaald eigenbelang. Binnen de gebiedscoöperatie werd dit eigenbelang bij elkaar gebracht en was er gezamenlijk eigenaarschap. “In de praktijk blijkt dat gezamenlijk eigenaarschap ook lastig kan zijn om ontwikkelingen verder te brengen. In sommige gevallen botsen belangen te vaak, zodat je niet verder komt in de gewenste richting. Ook ontbrak het soms aan daadkracht. Een impliciete keuze om het niet te doen, is dan uiteindelijk beter dan het wel doen”, aldus van Santen.

Geleerde lessen

O-gen is een projectorganisatie en bestaat bij het succes van afzonderlijke projecten. Van Santen: “Toen duidelijk werd dat de provincies niet langer de gebiedsontwikkeling via O-gen wilden financieren, wisten we dat ons succes steeds minder zichtbaar zou gaan worden. We hadden wel graag gezien dat het gesprek werd voortgezet. De enige manier om met alle partners begrip te vergroten voor de wederzijdse belangen, is dialoog.”

Naarmate de uitdaging voor het buitengebied groter werd, lukte het O-gen niet meer om voldoende ruimte te creëren waarin alle partijen hun wensen konden samenvoegen. Van Santen: “Nederland staat bekend als polderland, maar misschien zijn we nog niet klaar voor deze werkwijze waarin besluitvorming ook met de markt wordt georganiseerd. Ik wil regionale en landelijke overheden oproepen om mee te doen met kansrijke initiatieven. Niet als eigenaar, maar als facilitator van een oplossing.”

Start ‘Jan Wolleswinkel Fonds’

Een lichtpunt ziet Van Santen ook: “We blijven kansrijke projecten financieren via een nieuw ontwikkelfonds, het Jan Wolleswinkel Fonds. Dit is de opvolger van het bestaande O-gen Fonds en is als eerbetoon vernoemd naar de voorzitter van de Gebiedsraad Jan Wolleswinkel die jaren lang al zijn energie heeft ingezet voor het landelijke gebied. De resterende middelen van O-gen worden zo optimaal ingezet voor innovatie en ontwikkeling in het landelijk gebied. Partijen kunnen voorstellen indienen die door de onafhankelijke adviesraad worden beoordeeld. Meer informatie hierover volgt spoedig.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden