<p>Mark Naber, specialist ouderengeneeskunde bij de organisatie QuaRijn. (Foto: Rick Praamstra)</p>

Mark Naber, specialist ouderengeneeskunde bij de organisatie QuaRijn. (Foto: Rick Praamstra)

(Foto: Rick Praamstra)

Veenendaalse arts Mark Naber ijvert voor een comfortabel leven

Veenendaal - Iedereen krijgt er op een gegeven moment wel mee te maken: de gezondheidszorg. De Rijnpost portretteert in een serie de Veense gezichten in deze sector. Vandaag is specialist ouderengeneeskunde Mark Naber aan het woord. Hij zet zich als arts in om comfort te geven aan het leven van cliënten met dementie.

Door Rick Praamstra

 Mark Naber is begin jaren negentig net begonnen als arts in een verpleeghuis als hij al meteen een wijze les leert hoe om te gaan met personen met dementie. In die tijd staat de dementiezorg nog in de kinderschoenen en is er nog weinig aandacht voor de levensgeschiedenis van een patiënt (tegenwoordig spreekt men van een cliënt of bewoner).

Keel

“Er was een man opgenomen met dementie die zich slecht kon uitdrukken. Op de dag dat hij werd opgenomen, stelde ik mij voor. Hij greep me meteen bij de keel en was van plan mij iets aan te doen. Het viel me op dat hij Duits begon te praten. Ik hield me klein en kon me losmaken. Wat bleek: hij had tijdens de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz gezeten en daar kamparts Josef Mengele meegemaakt. Mijn witte jas die ik toen nog droeg, bracht hem terug naar die tijd.”

Naber werkt als specialist ouderengeneeskunde voor zorginstelling QuaRijn in onder andere de Veenendaalse locatie De Koekoek aan de Nieuweweg, waar hij verantwoordelijkheid draagt voor de behandeling van de bewoners met dementie. De Koekoek heeft drie woonlagen met kleinschalige afdelingen waar elk zo’n zes personen wonen.

Kennen

Het wrange voorbeeld van aanval, gebruikt de Veenendaler om te schetsen hoe belangrijk het is om bewoners echt goed te kennen. “Als ik zijn geschiedenis had geweten, had ik mij totaal anders voorgesteld. Als vroeger mensen onrustig werden, loste men dat vaak op met medicatie, nu wordt er meer achterhaald waar die onrust vandaan komt. Ook proberen we de rituelen die bewoners gewend waren zoveel mogelijk te handhaven. Een wijntje drinken voor het slapengaan? Waarom niet?”

“De focus van de behandeling is erop gericht om zoveel mogelijk comfort van leven te geven. Dat betekent als iemand slechter loopt dat je fysiotherapie inschakelt. Bewoners voelen zich prettiger als ze zelf kunnen lopen. Hun geheugen is slecht, dus je zorgt voor een vast programma en een vast ritueel. Bewoners moeten zich veilig voelen.”

Samenwerking

Naber schetst zijn rol als specialist als een soort multidisciplinaire huisarts Hij bepaalt de behandeling van de bewoners en zet bijvoorbeeld een psycholoog in bij gedragsproblemen of een ergotherapeut als een bewoner hulpmiddelen nodig heeft om zo goed mogelijk kwaliteit van leven te waarborgen. De arts kwam als geneeskundestudent ooit in aanraking met revalidatiegeneeskunde. Het opende zijn ogen. “Dat vond ik heel aardig. Het is een optelsom van kennis die groter is dan de disciplines afzonderlijk. Daardoor is de kwaliteit van zorg hoger omdat je met verschillende disciplines samenwerkt.”

Die intensieve samenwerking is ook nodig om bewoners met dementie goede zorg te kunnen bieden omdat ze zelf niet of amper kunnen aangeven wat er aan de hand is, vertelt Naber. “Ik vind het boeiend om via samenwerking, door inzet van de verpleegkundigen en de familie toch uit te vinden wat er aan de hand is.”

Zoon

Naber ziet zichzelf in het contact met ouderen met dementie als een ‘vriendelijke zoon’. “Ik heb aan den lijve ondervonden wat het is om je vader of moeder als het ware door je vingers te zien glippen. Mijn moeder is op 97-jarige leeftijd overleden in een verpleeghuis, diep dement.”

Als zoon wil je niet dat je ouders onnodig lijden. Dat betekent voor de specialist ouderengeneeskunde ook dat je levens niet koste wat het kost moet rekken. “Mijn moeder is prima verzorgd, maar ze had niet gewild hoe ze er aan het eind bijlag. Ze was een ijverige vrouw die altijd hard heeft gewerkt. Ze takelde af, werd compleet bedlegerig en aan het eind woog ze nog maar 35 kilo.”

“Op een gegeven moment is het niet zinnig het leven te rekken. Ik vind dat je de natuur geen geweld aan moet doen. Ik ben niet tegen euthanasie, maar ik heb het in vijfendertig jaar nooit als ‘nooduitgang’ nodig gehad. Er is veel aandacht voor palliatief beleid. Als arts wil ik iemands leven comfortabel goed kunnen houden met zo min mogelijk lijden.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden